Test je basiskennis voor de vervolgcursus
Met deze quiz test je of je over voldoende basiskennis beschikt om de Online Vervolgcursus DSLR met veel plezier te kunnen volgen. Heb je nog veel moeite met het beantwoorden van de vragen, dan is de Online Basiscursus DSLR misschien een betere keuze. Veel succes bij het beantwoorden van de vragen!
Begin de quiz
De antwoorden zijn hieronder aangegeven.
Wat is geen compositieregel?
Vraag 1De regel van derden, gulden snede en diagonaal methode zijn bekende compositieregels. De snijdende compositie bestaat niet.
Welke bewering is juist?
Vraag 2Hoe kort je sluitertijd moet zijn, is sterk afhankelijk van de beweging van je onderwerp. Voor een paard in galop heb je een kortere sluitertijd nodig dan voor een persoon die rustig wandelt. Stabilisatie beperkt alleen je eigen beweging (camera shake), niet die van je onderwerp.
Welke twee soorten beweging bestaan er?
Vraag 3Beweging van de camera en beweging van het onderwerp. Tijdens het fotograferen houd je de camera nooit honderd procent stil. Bij korte sluitertijden is dat niet erg, maar bij langere sluitertijden zal je dit terugzien in de foto's. Dat geldt ook voor beweging van je onderwerp. Door een korte sluitertijd te gebruiken kun je deze bevriezen.
Hoe veel stops is het verschil tussen ISO 100 en ISO 1600?
Vraag 4Een stop is een verdubbeling of halvering van de hoeveelheid licht. Van 100 naar 200 is dus één stop. Van 200 naar 400, van 400 naar 800 en van 800 naar 1600 zijn nog drie stops extra. Het verschil is dus vier stops.
Bij een gloeilampje, een zonnetje en een TL-lamp denk je aan..?
Vraag 5Met onder meer de genoemde pictogrammen stel je de witbalans van je foto's in. Door de witbalans in te stellen zorg je ervoor dat de kleuren mooi natuurgetrouw zijn onder verschillende lichtomstandigheden.
Welke bewering is juist?
Vraag 6- Op P kiest je camera de combinatie van diafragma en sluitertijd. Deze combinatie kun je eventueel wel wat bijstellen.
- Op S of Tv kies je de sluitertijd en ISO. Je camera kiest daarbij het diafragma.
- Op A of Av kies je het diafragma en de ISO. Je camera kiest daarbij de sluitertijd.
- Op M stel je alles volledig zelf in.
Vraag 7Een stop is een verdubbeling of een halvering van de hoeveelheid licht. Van 1/125 naar 1/250 is een halvering in tijd, dus dat is 1 stop. Van 1/250 naar 1/320 geeft vervolgens bovenop die 1 stop nog 1/3 stop extra.
Welk diafragma is het kleinst?
Vraag 8Een klein diafragma heeft een hoog getal, een groot diafragma een laag getal. F16 is het hoogste getal uit het rijtje en is dus het kleinste diafragma.
Welk licht is het mooist?
Vraag 9Het juiste antwoord moet hier natuurlijk zijn: "Het kan alle drie mooi zijn, als je maar goed naar het licht kijkt".
Welke bewering is niet waar?
Vraag 10Een veelvoorkomend misverstand is dat je brandpuntafstand het perspectief beïnvloedt. Dat is echter niet waar. Met een groothoekobjectief en een telezoomobjectief kun je twee foto's maken waarbij het perspectief identiek is... Als je eigen standpunt ten opzichte van je onderwerp en de achtergrond maar gelijk blijft.
Waar staat de afkorting DSLR voor?
Vraag 11Het enige juiste antwoord op deze vraag is "Digital Single Lens Reflex". Vroeger had je camera's met twee objectieven, zogenaamde "Twin Lens Reflex" camera's (TLR). Toen de eerste spiegelreflexcamera's (met één objectief) op de markt kwamen, werden deze "SLR" camera's genoemd. Met de komst van de digitale spiegelreflexcamera is daar nog de letter D voor gezet.
Welke bewering is juist?
Vraag 12Een groot diafragma (laag diafragmagetal) zorgt voor weinig scherptediepte. Een klein diafragma (hoog diafragmagetal) zorgt voor veel scherptediepte. F8 is dus kleiner dan F4.0.
Er zijn nog 12 vragen te beantwoorden.
Gefeliciteerd, je hebt de test voltooid!
Je hebt in totaal %%SCORE%% van de %%TOTAL%% vragen correct beantwoord. %%RATING%%De antwoorden zijn hieronder aangegeven.
| Vraag 1 |
| Gulden snede | |
| Diagonaal methode | |
| Snijdende compositie | |
| Regel van derden |
| Vraag 2 |
| Om beweging te bevriezen heb je een sluitertijd nodig van 1/100 of korter. | |
| Om beweging te bevriezen heb je een sluitertijd nodig van 1/500 of korter. | |
| Hoe kort je sluitertijd moet zijn om beweging te bevriezen is afhankelijk van de snelheid van je onderwerp en van welke lens je gebruikt. | |
| Als je camera of objectief een stabilisator heeft, dan hoef je je niet druk te maken over je sluitertijd. Je onderwerp bevriezen lukt met dank aan de stabilisatie met iedere sluitertijd. |
| Vraag 3 |
| Beweging van het objectief en beweging van de camera. | |
| Beweging van de camera en beweging van het onderwerp. | |
| Beweging van het onderwerp en beweging van de omgeving. | |
| Beweging van het onderwerp en beweging van het objectief. |
| Vraag 4 |
| 4 stops | |
| 16 stops | |
| 3 stops | |
| 12 stops |
| Vraag 5 |
| Belichtingscompensatie | |
| Witbalans | |
| Over- of onderbelichting | |
| Lichtmeetmodus |
| Vraag 6 |
| Op P kun je zelf je sluitertijd en diafragma onafhankelijk van elkaar instellen. Je camera controleert of je combinatie klopt. | |
| Op M functioneert de belichtingsschaal hetzelfde als op de andere (semi)handmatige programma's. | |
| Op A of Av kiest je camera het diafragma. Zelf kies je de sluitertijd, ISO en belichtingscompensatie. | |
| Op S of Tv regel je zelf de sluitertijd en ISO. Je camera kiest bij deze combinatie een passend diafragma. |
| Vraag 7 |
Hoe veel stops is het verschil tussen 1/125 en 1/320?
| 2 1/2 stops | |
| 2/3 stops | |
| 4 stops | |
| 1 1/3 stops |
| Vraag 8 |
| F16 | |
| F3.2 | |
| F6.3 | |
| F1.4 |
| Vraag 9 |
| Het kan alle drie mooi zijn, als je maar goed naar het licht kijkt | |
| Een combinatie van natuurlijk licht en flitslicht | |
| Natuurlijk licht | |
| Flitslicht |
| Vraag 10 |
| Je brandpuntafstand beïnvloedt het beeld. | |
| De afstand tot je onderwerp beïnvloedt het perspectief. | |
| Je standpunt beïnvloedt het perspectief. | |
| Je brandpuntafstand beïnvloedt het perspectief. |
| Vraag 11 |
| Digital Single Lens Reflex | |
| Darkness Saturation Luminance Radius | |
| Dark Speed Lens Reflector | |
| Digitale Spiegelreflexcamera |
| Vraag 12 |
| Hoe meer scherptediepte, hoe vager de achtergrond | |
| Met een laag diafragmagetal is maar een klein stukje van je foto scherp | |
| F5.6 is een kleiner diafragma dan F6.3 | |
| Met een groter diafragma heb je meer scherptediepte |
Als u klaar bent, klik u op de knop hieronder. Quizonderdelen die niet afgerond zijn, worden als onjuist beoordeeld.
Laat het resultaat zien
U bent klaar met
vragen
vraag
Uw score is
Juist
Fout
deels juist
De quiz is nog niet afgerond. Als u nu deze pagina verlaat, wordt uw score niet bewaard.
Correct Answer
You Selected
Not Attempted
Final Score on Quiz
Attempted Questions Correct
Attempted Questions Wrong
Questions Not Attempted
Total Questions on Quiz
Question Details
Results
Date
Score
Time allowed
minutes
seconds
Time used
Answer Choice(s) Selected
Question Text
Alle vragen beantwoordJe score is onvoldoende om de Online Vervolgcursus DSLR met plezier te kunnen volgen. We adviseren je te starten met de Online Basiscursus DSLR.Je beschikt over enige basiskennis, maar deze is nog onvoldoende voor de Online Vervolgcursus DSLR. We wille je adviseren eerst het Ebook "Basiskennis DSLR" door te nemen of een Basisworkshop DSLR te volgen.Je beschikt over voldoende basiskennis voor de Online Vervolgcursus DSLR. Meld je gerust aan voor de cursus!
